Berichten

Urban Crops: Mondiale ‘Farm to fork wordt lokale ‘seed to eat’

Wanneer we praten over innovatie in voedselproductie wordt vaak naar Japan, de VS en Nederland gekeken. Maar – geloof het of niet – in Beveren-Leie, deelgemeente van de stad Waregem in West-Vlaanderen wordt ook koortsachtig geknutseld aan de toekomst van voedselproductie. Vandaag vinden we bij Urban Crops, aan de Grote Heerweg 69 de grootste geautomatiseerde plant factory van Europa.

De test-omgeving stelt 30m2 beschikbaar waar zes meter hoog in acht teeltlagen boven elkaar onder monochroom LED-licht gewassen worden geteeld. Bij volcontinue productie van pakweg groene eikenbladsla, kan je met die installatie zo’n 220 kroppen sla per dag oogsten.

Ik praatte vandaag met de oprichter Maarten Vandecruys over het verhaal achter Urban Crops.

Het begon in 2012 bij de vaststelling dat ondanks industrialisatie de waardeketen van ‘farm to fork’ lang, complex en energie-intensief is. Dat maakt voedselproductie niet alleen een industrie met een bijzonder hoge ecologische voetafdruk. De lange (vaak mondiale) keten zorgt ook voor heel wat voedselverlies. Daarom vroeg Maarten zich af (toen nog student aan Vlerick Business School) hoe we met nieuwe inzichten en nieuwe technologie die keten kunnen verkorten. Zijn aandacht werd getrokken door een project in de Verenigde Staten waar serres werden gebouwd op daken van gebouwen in de stadsomgeving. Ondanks we zo het aantal voedselkilometers sterk kunnen reduceren, stelt het toch heel wat voorwaarden die je gerust als drempels kan beschouwen. Daken moeten groot, plat en sterk genoeg zijn. Vaak heb je al concurrentie van zonnepanelen. Daarbovenop moet stedenbouw het nog toelaten… Stel dat aan alle voorwaarden voldaan is heb je een dakoppervlak van 1,6 keer de regio Wales nodig om een stad als Londen te kunnen voorzien in haar behoefte van verse groenten. In het licht van een stijgende populatie (vooral in grote steden) was dat niet het gedroomde scenario.

In 2014 zag ‘een next practice platform’ het licht waar gebruik gemaakt wordt van LED-technologie. Planten doen aan fotosynthese onder invloed van licht, maar hebben daarvoor niet het hele lichtspectrum nodig. Rood, Verrood en blauw doen doorgaans het nodige. Hierdoor ben je verlost van oppervlaktebeperking en kan je in de hoogte werken in meerdere teeltlagen.

In een Plat Factory worden de planten gevoed met mineralen op een watercircuit in plaats van in de volle grond. Zo kan je veel water reduceren, en bovendien werken zonder pesticiden en herbiciden. Steriliteit is wel heel belangrijk, waardoor menselijke tussenkomst geminimaliseerd moet worden met zoveel mogelijk automatisatie.

Urban Crops ontwikkelt en vermarkt vandaag infrastructuur en algoritmen per gewas om iedereen in staat te stellen voedsel te produceren (van tuinder tot chef-kok en supermarktuitbater) Voor de markt is het een behoorlijk grote stap. Telen in 100% artificiële omstandigheden is zuiniger, efficiënter, ecologische en gezonder? Noem het maar gerust een paradigma-shift. Daarom dat Urban Crops ondanks ze op grote schaal denkt, de technologie aanbiedt in een scheepscontainer: behapbaar, overzichtelijk en toegankelijk.

De ecologische prestaties van Plant Factories zijn bekend. Telen met een factor 10 minder water en energie liggen binnen handbereik. Bovendien gaan we de 30 tot 50% voedselverlies te lijf en telen we vrij van pesticiden en herbiciden.

Een belangrijke vraag die ik heb bij Plat Factories is: gaat dit diversiteit te goede komen? Vandaag is het aanbod in de supermarkt het resultaat van monocultuur (Eén soort courgettes, allemaal zelfde kleur, allemaal even lang, … ). Met Plant factories kunnen we terug onze creativiteit en voorkeur voor diversiteit gaan botvieren door een verscheidenheid aan groenterassen te gaan herontdekken. En de gojibessen die we zo graag in onze havermout draaien in de ochtend hoeven misschien niet meer uit China komen, maar kunnen in de kelder van de supermarkt geteeld worden.

Zal de nieuwe generatie LED-tuiniers hierop inspelen?